Tekstboeken 'verpakt' als verhalenboeken - dé sleutel tot moeiteloos spreken. A1-A2 en A2-B1 onderwerpen, woordenschat en grammatica: alles-in-1.
Eerst spreken. Dan lezen.
De voordelen:
✅ Stripverhalen voor 100% begrijpelijke input
✅ Verhalen voor context en betrokkenheid
✅ Focus op hoogfrequente, nuttige woordcombinaties
✅ Veel kansen om te oefenen met spreken
✅ Gebaseerd op de beproefde TPRS 2.0-methode: Teaching Proficiency through Reading and Storytelling - the fastest way to fluency.

Hoe werkt TPRS?
"Students take language classes in order to speak. You can give them the gift of fluency." (Blaine Ray)
TPRS 2.0 (Teaching Proficiency through Reading and Storytelling) is een innovatieve methode voor taalonderwijs, ontwikkeld door Blaine Ray.
De kracht van TPRS 2.0
De kracht van deze methode zit in de verhalen.
Je bouwt een verhaal zin voor zin op met hoogfrequente taal. De docent stelt bij elke zin gerichte vragen. Daardoor:
-
blijft de input 100% begrijpelijk
-
wordt nieuwe taal vaak herhaald
-
zijn cursisten actief betrokken
-
gaan cursisten eerst spreken
TPRS 2.0 in de praktijk
TPRS 2.0 volgt een vast stappenplan:
-
Voeg toe: Introduceer een nieuwe zin.
-
Cirkel: Stel vragen over deze zin.
-
Triangel: Stel vragen aan en over de hoofdperso(o)n(en) en de cursisten.
-
Vertel na: Laat het navertellen.
Zo werk je aan de 'manageable chunk' - de taal die cursisten aan het einde van de les echt kunnen gebruiken.
Pas na het spreken ga je het verhaal lezen.
Lezen wordt dan geen ontcijferen, maar herkennen van verworven woordenschat.
CI/TPRS verlaagt het affectieve filter en daarmee de spreekdrempel.
Cursisten leren in kleine, haalbare stapjes en spreken daardoor eerder én met meer vertrouwen.

Wil je meer weten?
Hoe je mijn boeken inzet in de NT2-les.
Aan de slag met Learn Dutch with Victor A0>A2 of StoryDutch A2>B1

Voorbereiding
-
Bekijk het materiaal: video's, stripverhalen, verhalen, themawoorden (en grammatica).
-
Onder de plaatjes zie je welke doelconstructies in deze les centraal staan.
-
Bedenk Cirkel- en Triangel-vragen met doelconstructies en themawoorden
Doelconstructies zijn veelvoorkomende combinaties van woorden.
Focus op begrijpelijke interactie 💬:
-
Introduceer het verhaal (activeer voorkennis over de hoofdpersoon).
-
Praat over elk plaatje:
-
Bouw het verhaal samen op.
-
Stel gerichte vragen (Voeg toe – Cirkel – Triangel) of laat cursisten, afhankelijk van het niveau, meer in eigen woorden vertellen.
-
Laat tussendoor vanuit verschillende perspectieven korte stukjes navertellen (Vertel na).
-
Laat cursisten voorspellen en details invullen.
-
-
Pas daarna lees je samen het verrijkte verhaal:
-
Controleer begrip met vragen vanuit het perspectief van de hoofdperso(o)n(en).
-
Vergelijk verhaal met eigen ervaringen cursisten.
-
-
Extra activiteiten:
-
Laat een dialoog (na)spelen / bedenken.
-
Bespreek de begripsvragen.
-
Gebruik de korte grammatica pop-ups uit het boek indien nodig en verwijs naar de oefeningen in het werkboekje.
-
In de les
Gratis docententips en voorbeeldpagina's
Meld je aan voor mijn mailinglijst en ontvang direct:
-
Gratis voorbeeldpagina's
-
Docentenhandleidingen per boek
-
Stripverhalen zonder tekst
Je blijft automatisch op de hoogte van lesmateriaal updates.




















